Gezinshonden

Een gezinshond is bij voorkeur een allemansvriend en kan goed met kinderen overweg. De gezinshond is er puur voor het plezier en de gezelligheid en wordt beschouwd als een gezinslid.

Deze honden moeten vooral erg gemakkelijk en volgzaam zijn. Vaak wordt de hond meegenomen op dagtripjes of vakantie en dan is het van belang dat de hond zich aan kan passen aan verschillende situaties en goed tegen drukte kan. Men wil het liefst een vrolijke maar tegelijkertijd kalme hond.

Zeker wanneer er nog kleine kinderen in het gezin zijn is het van belang om een hond te hebben welke goed overweg kan met de wispelturigheid van kinderen.

Behalve dat de hond goed opgevoed moet zijn is het tevens erg belangrijk om de kinderen goed te leren hoe ze met de hond om moeten gaan. Kinderen kunnen onstuimig zijn en als er geen duidelijke regels met betrekking tot de hond zijn, kan dit gevaarlijk zijn. Zo moet een kind leren dat het de hond nooit pijn mag doen. Wanneer een hond naar het kind gromt, moet het kind weten dat dit een teken is dat hij/zij de hond even met rust moet laten en waarschijnlijk over de grens van de hond heen is gegaan.

Kinderen houden van knuffelen en honden vinden het fijn om geaaid te worden. Een te heftige knuffel wat in de buurt komt van knijpen kan door het kind liefdevol bedoelt zijn maar voor de hond erg benauwend zijn.

Enkele ideale gezinshonden zijn:

  • Labrador/ Golden retriever ( met stip op één)
  • Engelse buldog
  • Cockerspaniël
  • Duiste dog
  • Bernersenner
  • Beagel
  • Labradoodle
  • Duitse herder
  • Border/schotse collie
  • Mopshond

Er zijn ook veel bastaard honden welke erg geschikt zijn als gezinshond. Hierbij moet er wel goed gekeken worden naar de herkomst en de ouders van de hond.

De meesten van deze honden zijn middelgrote tot grote honden. Grotere hondenrassen hebben over het algemeen een rustiger karakter dan kleinere honden. Toch worden grote honden regelmatig aan gevaarlijk gekoppeld en kiezen mensen daarom een kleine hond. Dit is onterecht want sommigen kleine hondjes kunnen erg venijnig zijn.

Het opvoeden van een pup vergt veel tijd en als het gezin al druk is kan het een idee zijn om een oudere hond te nemen. In dit geval is het wel noodzaak om de achtergrond van de hond te weten en dan vooral of de hond gewend is om met kinderen samen te leven. Een hond welke nog nooit met kinderen in aanraking is geweest, (ongeacht het ras) zal hier op latere leeftijd moeilijk aan kunnen wennen.

Waakhonden

Een waakhond beschermt zijn baas en het terrein. Hier worden over het algemeen grote honden voor gebruikt met een stoere uitstraling. Dit schrikt inbrekers en eventuele aanvallers af.

Een kleine hond kan ook flink blaffen als er rondom het huis iets gebeurd maar deze maken minder indruk op ongewenste gasten. Ook al zit de hond binnenshuis, aan het geluid van het geblaf is al te horen of het een kleine of een grote hond is.

Toch is gebleken dat het hebben van een hond op zich al een inbraak preventie is. Sommige inbrekers onderzoeken eerst een omgeving waar ze één of meerdere inbraken plannen. Ze maken een aantekening van de huizen waar een hond aanwezig is en slaan deze over.

De meesten honden gaan blaffen als er vreemden in of om hun huis komen en een inbreker wil natuurlijk geen aandacht trekken.

Mensen welke op een boerderij of anderszins erg achteraf wonen kiezen eerder voor een echte waakhond. Op het moment dat er niemand thuis is maakt het immers niet zo heel veel uit of de inbreker door de hond wordt opgemerkt omdat er niemand in de buurt is die het geblaf zal horen. Een hond welke de inbreker echt afschrikt is dan van groter belang.

Soms wordt de waakhond buiten aan een ketting gehouden. Dit gebeurd in de meer zuidelijke landen nog erg regelmatig. Deze honden leren nauwelijks sociaal gedrag en kunnen heel agressief zijn door het gebrek aan menselijk contact. De eigenaar geeft de hond eten en daar houdt het contact meestal mee op. Een hond welke direct zijn tanden ontbloot schrikt enorm af. Het risico dat een ketting gevaarlijk wordt is groot en dit kan erg vervelende gevolgen hebben als de hond een keer ontsnapt of gewenst bezoek te dicht bij de hond komt.

De voorkeur voor een waakhond gaat uit naar een hond die tevens sociaal is. Er zijn een aantal hondenrassen welke in beginsel een goedaardig karakter hebben en tevens erg beschermend zijn over hun roedel.

  • Bullmastif
  • Doberman pincher
  • Rottweiler
  • Duitse herder
  • Komondor
  • Rhodesian rigdeback
  • Puli
  • Grote schnauzer
  • Amerikaanse staffordshireterriër

De pitbull wordt ook erg vaak gebruikt als waakhond. Nadeel van een pitbull is dat deze van nature agressiever is en dat er heel veel training nodig is om dit te onderdrukken.

Training is uiteraard bij al deze honden nodig om een goed evenwicht te krijgen tussen waken en sociaal gedrag. Mensen nemen een waakhond om zichzelf en hun spullen veilig te stellen maar niemand wil een hond welke direct iedereen aanvalt. De onderlinge band tussen hondeneigenaren en waakhond is hierin erg belangrijk. Met een verkeerde aanpak is een valse hond al snel het resultaat. Het is verstandig om voor de training van een waakhond een professionele trainer in te schakelen of op zijn minst advies te vragen.

Ontstaan van hondenrassen

Een groep honden met dezelfde kenmerken in gedrag en uiterlijk wordt aangeduid met een hondenras. In eerste instantie werden honden vooral geselecteerd op hun kwaliteiten voor bepaalde werkzaamheden. De focus lag vooral op het gedrag van de hond.

De honden werden onderverdeeld met de benamingen als jachthonden, waakhonden, trekhonden of schoothondjes. Al deze groepen bestonden uit honden waarvan het uiterlijk heel verschillend kan zijn. Jachthonden zijn er bijvoorbeeld in allerlei soorten en maten.

In de 19de eeuw werden mensen steeds meer geïnteresseerd in het uiterlijk van een hond. Fokkers gingen hier rekening mee houden en fokte honden waarvan de ouders hetzelfde uiterlijk hadden. De pups werden geregistreerd en kregen een stamboom. In de loop van de jaren gingen mensen nieuwe rassen fokken door andere rassen met elkaar te kruisen. Wanneer er nu per ongeluk honden gekruist worden, wordt er vaak gesproken over een bastaard hond. Maar indien er weloverwogen door een mens rassen met bepaalde kenmerken gekruist worden is het doel het creëren van een nieuw hondenras. Denk bijvoorbeeld aan de Dobermann. Dit is een kruising van twee verschillende hondenrassen maar is nu een op zichzelf staand ras waar liefhebbers veel geld voor betalen.

Er zijn 350 hondenrassen welke officieel erkend zijn en geregistreerd staan. Daarnaast zijn er ruim 800 andere soorten honden welke niet officieel als een ras erkend worden. Hiermee is de hond het zoogdier waarvan de meeste rassen te onderscheiden zijn.

Hoewel er onder alle honden veel overeenkomsten zijn, zijn er ook duidelijke verschillen tussen de rassen. Deze zijn onderzocht en staan per ras beschreven. Voor hondenliefhebbers is het op deze manier gemakkelijk gemaakt om te bekijken welke hond het beste past.

Nadelen van het fokken van rashonden

Bij een rashond komt het nogal eens voor dat er erfelijke aandoeningen aanwezig zijn. In het verleden zijn er honden met elkaar gekruist welke wat bouw betreft niet met elkaar overeen kwamen. Kleine honden werden met hele grote rassen gekruist en dat heeft invloed op het skelet van een hond.

Men probeerden steeds betere exemplaren te fokken en hiervoor werd naar uiterlijk eigenschappen van de honden gekeken. Een aantal honden stond geregistreerd als erg goede fokhonden. Om raszuivere honden te fokken werden vooral deze honden gebruikt. Dit was echter een select groepje honden waardoor het risico groot was dat er honden gebruikt werden welke verwant aan elkaar waren. Hierdoor ontstond een mate van inteelt en dat kan genetische ziektes tot gevolg hebben.

Uit onderzoek is gebleken dat veel hondenrassen een grotere risico op bepaalde aandoeningen hebben. Elk hondenras lijkt zijn eigen veelvoorkomende aandoening te hebben ontwikkelt. Fokkers keken vooral naar wat ze wilde bereiken en wisten weinig van de nadelige gevolgen met betrekking tot de gezondheid van de honden.

Gelukkig beschikt men tegenwoordig over meer kennis omtrent genetische afwijkingen en worden er regels gesteld aan het fokken van dieren om dit in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen.