Ontstaan van hondenrassen

Een groep honden met dezelfde kenmerken in gedrag en uiterlijk wordt aangeduid met een hondenras. In eerste instantie werden honden vooral geselecteerd op hun kwaliteiten voor bepaalde werkzaamheden. De focus lag vooral op het gedrag van de hond.

De honden werden onderverdeeld met de benamingen als jachthonden, waakhonden, trekhonden of schoothondjes. Al deze groepen bestonden uit honden waarvan het uiterlijk heel verschillend kan zijn. Jachthonden zijn er bijvoorbeeld in allerlei soorten en maten.

In de 19de eeuw werden mensen steeds meer geïnteresseerd in het uiterlijk van een hond. Fokkers gingen hier rekening mee houden en fokte honden waarvan de ouders hetzelfde uiterlijk hadden. De pups werden geregistreerd en kregen een stamboom. In de loop van de jaren gingen mensen nieuwe rassen fokken door andere rassen met elkaar te kruisen. Wanneer er nu per ongeluk honden gekruist worden, wordt er vaak gesproken over een bastaard hond. Maar indien er weloverwogen door een mens rassen met bepaalde kenmerken gekruist worden is het doel het creëren van een nieuw hondenras. Denk bijvoorbeeld aan de Dobermann. Dit is een kruising van twee verschillende hondenrassen maar is nu een op zichzelf staand ras waar liefhebbers veel geld voor betalen.

Er zijn 350 hondenrassen welke officieel erkend zijn en geregistreerd staan. Daarnaast zijn er ruim 800 andere soorten honden welke niet officieel als een ras erkend worden. Hiermee is de hond het zoogdier waarvan de meeste rassen te onderscheiden zijn.

Hoewel er onder alle honden veel overeenkomsten zijn, zijn er ook duidelijke verschillen tussen de rassen. Deze zijn onderzocht en staan per ras beschreven. Voor hondenliefhebbers is het op deze manier gemakkelijk gemaakt om te bekijken welke hond het beste past.

Nadelen van het fokken van rashonden

Bij een rashond komt het nogal eens voor dat er erfelijke aandoeningen aanwezig zijn. In het verleden zijn er honden met elkaar gekruist welke wat bouw betreft niet met elkaar overeen kwamen. Kleine honden werden met hele grote rassen gekruist en dat heeft invloed op het skelet van een hond.

Men probeerden steeds betere exemplaren te fokken en hiervoor werd naar uiterlijk eigenschappen van de honden gekeken. Een aantal honden stond geregistreerd als erg goede fokhonden. Om raszuivere honden te fokken werden vooral deze honden gebruikt. Dit was echter een select groepje honden waardoor het risico groot was dat er honden gebruikt werden welke verwant aan elkaar waren. Hierdoor ontstond een mate van inteelt en dat kan genetische ziektes tot gevolg hebben.

Uit onderzoek is gebleken dat veel hondenrassen een grotere risico op bepaalde aandoeningen hebben. Elk hondenras lijkt zijn eigen veelvoorkomende aandoening te hebben ontwikkelt. Fokkers keken vooral naar wat ze wilde bereiken en wisten weinig van de nadelige gevolgen met betrekking tot de gezondheid van de honden.

Gelukkig beschikt men tegenwoordig over meer kennis omtrent genetische afwijkingen en worden er regels gesteld aan het fokken van dieren om dit in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen.